Teneeter

NB De gegevens van deze groep worden wegens opheffing of vertrek naar elders niet meer bijgehouden. De hier vermelde gegevens etc. kunnen sterk verouderd zijn

Teneeter is een professioneel jeugdtheatergezelschap. Per jaar worden twee nieuwe produkties gemaakt en ongeveer 120 voorstellingen gespeeld. De voorstellingen in Nijmegen worden gespeeld in het eigen theater: 'Het Badhuis' aan de Daalseweg. Het werk van Teneeter wordt mogelijk gemaakt door subsidie van de provincie Gelderland. de gemeente Nijmegen en het ministerie van OCW en door ondernemers die een jaarlijkse bijdrage geven aan Teneeter: 'de Kring van Bedrijfsvrienden'.

Informatie: Opgeheven

LAATSTE NIEUWS:
'Een staande ovatie omdat het zo fris was' - De Gelderlander 01092007
De erfenis van Tejater Teneeter - De Gelderlander 01092007
Euregio profiteert van Teneetergeld - De Gelderlander 30-01-2002
Jeugdtheater moet in september van start in Badhuis - De Gelderlander 15-01-2002
"De 'Hel' van Dante in een van de kerken was prachtig" - De Brug 09-01-2002
Badhuis voorlopig leeg - De Gelderlander 22-09-2001
Jeugdtheater Teneeter voorgoed weg - De Gelderlander 24-03-2001
Ingezonden brief Caroline Almekinders - De Gelderlander 12-02-2001
Onderzoek naar voortzetting van Teneeter - De Gelderlander 9-02-2001
Adhoc: 'Voortzetten traditie jeugdtheater Teneeter kan niet' - De Gelderlander 23 januari 2001
Bestuur Teneeter wil graag verder met Adhoc - De Gelderlander 22 januari 2001
Diverse artikelen over Teneeter en Rinus Knobel, zie: Nieuws of Cultuursubsidie
Subsidie Teneeter in het nauw de Gelderlander 17 mei 2000
Toekomstige behuizing van Teneeter uit de Gelderlander van 17 april 2000

VOORSTELLINGEN
Voorbeschouwing van De Reis uit de Gelderlander van 5 januari 2001
Recensie van De Reis uit de Gelderlander van 8 januari 2001
Recensie Andromache de Gelderlander 17 november 2000
Persbericht Andromache 12 oktober 2000
Recensie van Bad Angel (theater door jongeren) uit de Gelderlander van 8 mei 2000
Recensie van De Vader uit de Gelderlander van 17 april 2000
Voorbeschouwing van De Vader uit de Gelderlander 13 april 2000
Persbericht over De Vader 11 februari 2000
Voorbeschouwing Dante's Inferno uit de Gelderlander van 18 april 2000
Persbericht Dante's Inferno 11 februari 2000
Recensie van Roodhapje uit de Gelderlander van 20 december 1999
Voorbeschouwing van Roodhapje uit de Gelderlander van 3 december 1999
Persbericht over Roodhapje 5 november 1999
Recensie van Pinter uit de Gelderlander van 4 september 1999
Voorbeschouwing van Pinter uit de Gelderlander van 2 september 1999
Persbericht Pinter juni 1999
Recensie van Heuvels van Toen uit de Gelderlander 3 april 1999
Voorbeschouwing van Heuvels van Toen uit de Gelderlander van 1 april 1999
Persbericht over Heuvels van Toen, maart 1999
Recensie van Medea uit de Gelderlander 23 november 1998
Persbericht over Meda, oktober 1998
Verslag over Snoekprijs voor Antigone 1997




‘Een staande ovatie omdat het zo fris was’

Ze gaven kleur aan de jaren zeventig, ieder op zijn eigen manier. Wekelijks treft De Gelderlander een van de hoofdrolspelers van die periode. Vandaag: Rinus Knobel, artistiek leider van Tejater Teneeter.

Uit de Gelderlander Online van 1 september 2007

Door Hans Walraven Foto: Harrie Timmermans
Zo’n 25 jaar stond Rinus Knobel aan het roer van het Nijmeegse Tejater Teneeter. Ooit begonnen als studentenclub, die zijn jeugdtheaterambities in 1976 gehonoreerd zag met een landelijke subsidie. "Opeens was er geld. 200.000 gulden! Voor ons studenten een verbijsterend bedrag."
Zoals zovelen kwam Rinus Knobel begin jaren zeventig naar Nijmegen om te gaan studeren. Nederlands in zijn geval. "Via mijn toenmalige vriendin kwam ik bij Tejater Teneeter terecht. De club was toen net van start gegaan. Het waren studenten die beïnvloed door de gebeurtenissen in mei 1968, het Werktheater en dergelijke, zich wilden richten op theater voor en met kinderen."
"Ik heb begin stond ik nog wat aan de zijlijn. Maar wat opviel was dat Teneeter een ideaal, een enorme missie had. We schoolden ons in de politieke economie van het onderwijs, in Marx en Lenin. Omdat we voor kinderen wilden werken moest dit politieke verhaal vertaald worden. We voerden lange vaak theoretische discussies over wat het juiste thema moest zijn.
Maar je komt dan toch terecht bij de dingen die om hen heen gebeurden: de woningnood, de werkloosheid van hun vader, de sanering van hun wijk. En als daarin een keuze was gemaakt, gingen we aan het werk om spelvormen te vinden waar kinderen plezier aan konden beleven. Da’s erg belangrijk. Want al het spelen begint met plezier."
Teneeter opereerde vooral op scholen, in de klas. Werden jullie met open armen ontvangen in de onderwijswereld?
"Ja en nee. Wél door een flink aantal jonge onderwijzers en onderwijzeressen, die ook aan het zoeken waren hoe ze konden ontsnappen aan de verstarde verhoudingen, het klassikale systeem. Die vonden in ons welkome verstoorders van de dagelijkse gang van zaken. Tegelijkertijd waren vonden de schoolbesturen ons bedreigend. Een term als ‘ indoctrinatie’ viel regelmatig."
Tejater Teneeter groeide halverwege de jaren zeventig uit tot een actieve club van wel veertig mensen. Knobel: "Het werd veel te groot en te onpersoonlijk. Alles moest worden teruggekoppeld en geanalyseerd, om de haverklap waren er plenaire vergaderingen. Dat werkte niet, en Teneeter stopte. Een aantal mensen die in Utrecht theaterwetenschappen waren gaan studeren, besloot door te gaan, maar op een meer wetenschappelijke manier. We gaven de formules en theoretische discussies op en gingen op zoek naar wat kinderen wérkelijk bezighield. Na een jaar stonden we voor de keuze om te professionaliseren of ermee te stoppen. We zijn subsidieaanvragen gaan schrijven en toen die werden gehonoreerd, veranderde er een en ander. Teneeter was opeens ons beroep. Met alle gevolgen van dien. Er moest een boekhouding worden bijgehouden, een structuur komen, planningen - dat moesten we leren."
Jullie waren van origine geen acteurs. Was dat een probleem?
"In de eerste jaren niet echt. Ik herinner me dat op we op een festival stonden met Wie is nou de baas hier en dat we een staande ovatie kregen omdat het dat het zo fris was, zo speels. Dat kwam omdat we in geen enkele traditie pasten.
Maar eind jaren zeventig zijn we intern spel- en acteertrainingen gaan organiseren, en dan zie je ook langzaam maar zeker professionele acteurs binnenkomen."
Dat die vrijgevochten studentenclub uitgroeide tot een professionele theatergroep, met regeltjes en beleidsplannen, was eigenlijk onvermijdbaar, zegt Knobel. " Alleen wisten we dat in het begin niet.
Anders hadden we er ook niet veel ruzie over hoeven maken.
Steeds was er de discussie over wat we wilden, en hoe we dat moesten bereiken. Het draaide altijd om kunst tegenover scholing.
In het begin maakten we toneelvoorstellingen waar we achteraf met de klas over gingen praten eerst artistiek, daarna didactisch.
Na drie, vier jaar zijn we gaan zoeken hoe we de kinderen konden betrekken bij ons werk. Dan ontstaan de meespeelvoorstellingen.
Iemand uit het publiek kon een rol kon overnemen en daarmee het script veranderen. Op dat moment moesten de acteurs gaan improviseren. Het was onze manier om het spelen met kinderen ook een artistieke, theatrale invulling te geven. Vanaf 1984 beperkten we ons alleen nog tot theatervoorstellingen. In zeven, acht jaar hebben we een lange weg afgelegd."

De erfenis van Tejater Teneeter

Tejater Teneeter is opgeheven. Maar niet alles is verdwenen.

Uit de Gelderlander Online van 1 september 2007

Door Hans Walraven Foto: Henk van Holland
NIJMEGEN - Tejater Teneeter bestaat al enige jaren niet meer. Het gezelschap raakte in 2001 zijn subsidie kwijt en artistiek leider Rinus Knobel kwam op straat te staan. Kwatta nam de lege plek en het Teneetertheatertje, het Badhuis, in. De vraag is wat er anno 2007 nog herinnert aan Tejater Teneeter.
Knobel: "Het belang van Teneeter ligt op diverse terreinen. Allereerst moet ik vaststellen dat er een aantal markante voorstellingen is geweest. Dat staat buiten kijf. Maar er is meer. Tejater Teneeter staat aan het begin van het jeugdtheater in Nederland. Toen wij startten, was er in Amsterdam één landelijk gesubsidieerd gezelschap voor kinderen, het Amsteltheater. En die lui maakten sprookjestoneel.
"In de jaren zeventig zie je dat het gaat rommelen. Tejater Teneeter is daar een voorbeeld van, maar bijvoorbeeld ook een groep uit Amsterdam, Wederzijds. Wij waren de voorlopers van een nieuwe organisatie. Er moest namelijk ook beleid ontwikkeld worden.
"Nu is jeugdtheater een niet meer weg te denken tak aan de boom van de podiumkunsten, en daar hebben wij met Tejater Teneeter een vette rol in gespeeld. Natuurlijk kun je ook zeggen dat als wij er niet waren geweest, een ander het wel had gedaan. Maar ik kan ook zeggen dat ik 25 jaar mijn leven zelf heb mogen invullen. Het was voortdurend pionieren en ik heb een kwart eeuw nooit een baas gehad!"



'Jonge liefde gaat kapot en doet pijn'

Uit de Gelderlander Online van 5 januari 2001

Een spel tussen wat werkelijkheid is en wat niet. Dat is de gedachte achter de voorlopig laatste Teneetervoorstelling De Reis - een zoektocht naar de liefde.

Door AAFJE BRANDT Foto: Ger Loeffen
NIJMEGEN - Een spel tussen wat werkelijkheid is en wat niet. Dat is de gedachte achter de voorlopig laatste Teneetervoorstelling De Reis - een zoektocht naar de liefde.
Twee jonge mensen, verliefd op de liefde. Hun samenzijn is heftig, ze raken elkaar diep. Toch komen ze niet dichter bij elkaar. Ze zijn te jong, hebben te veel eisen, dromen en idealen. Alleen als ze zwijgen, blijft de verhouding intact. Twee jonge mensen die op zoek zijn naar een grootse liefde, die ook vinden, maar machteloos toezien hoe ze die moeten laten gaan.
Dit gegeven is de kern van de toneelvoorstelling De Reis, die vanaf deze week is te zien in Theater Het Badhuis in Nijmegen. Het stuk is geboren op initiatief van toneelgezelschap Teneeter, dat op deze manier een plek wil bieden aan jonge podiumkunstenaars.
Voor de voorstelling stond maar één ding vast: een jonge regisseur en drie acteurs moesten het werk doen. Verder lagen de mogelijkheden open. De jonge regisseur werd Guido Kleene (28), afgestudeerd aan zowel de Amsterdamse Toneel- als Regieopleiding. Op de acteursopleiding in Arnhem vond hij drie acteurs. Met zijn vieren zijn zij gaan improviseren, op basis waarvan Kleene vervolgens het stuk schreef.
Verhaallijn
Belangrijke inspiratiebron voor de regisseur was het boek Voyage au bout de la nuit (1932) van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline. Tien pagina's daaruit vormen de verhaallijn voor De Reis. Het deel uit het boek beschrijft de ontmoeting tussen de personages Ferdinand en Lola, die een relatie krijgen die heftig is, maar gedoemd te mislukken.
In de voorstelling wil Matthijs (gespeeld door Matthijs Verboom) Anne-Lore (Anne-Lore Cassier) verleiden deze ontmoeting met hem na te spelen. Zij weigert, wil Lola niet zijn. Ze is van mening dat echte liefde met overgave te maken heeft en kan zich daardoor niet vinden in de passage van Céline.
Daarin gaat het de personages immers om het vinden van de liefde en niet zozeer om de liefdespartner.
Matthijs houdt vol, blijft haar het boek in praten. Met succes: uiteindelijk zwicht Anne-Lore als zij merkt dat het Matthijs echt aan het hart gaat. Natuurlijk gebeurt het onvermijdelijke en vallen werkelijkheid en spel samen.
Onschuldig
Waarom koos Guido Kleene voor dit stuk? 'Voyage au bout de la nuit was mijn lievelingsboek toen ik vijftien was,' zegt hij. 'De eerste keer dat ik het las, vond ik het heel positief. Later heb ik het nog eens gelezen en vond ik het eigenlijk vrij tragisch.'
Het boek heeft hem in ieder geval geïnspireerd. Kleene wilde graag een voorstelling maken over twee jonge mensen die samen een liefde beleven zoals beschreven. 'Liefde tussen jongelingen wordt op het toneel doorgaans beschreven als onschuldig en puur. Volgens mij klopt dat niet. Jonge liefde is niet rimpelloos, maar gaat kapot en doet pijn.'
Ondanks de cynische toon die in deze woorden weerklinkt, is dat niet de tendens van het stuk. Voyage au bout de la nuit is een van de eerste werken van Céline. Guido Kleene: 'Op latere leeftijd is hij verbitterd geraakt. Dat merk je trouwens al in zijn jongere boeken, maar dit werk is nog enigszins positief.' Hij omschrijft De Reis dan ook als 'een tragikomedie, waarin gespeeld wordt met wat werkelijkheid is en wat niet'.
Als de samenwerking tussen regisseur, acteurs en Teneeter goed bevalt, bestaat de mogelijkheid dat de voorstelling een vervolg krijgt. Althans, dat was het uitgangspunt. Deze situatie is op losse schroeven komen te staan door de politieke kwesties waarin Teneeter is terechtgekomen. De Raad voor Cultuur heeft negatief geadviseerd over een subsidie voor Teneeter, tenzij artistiek leider Rinus Knobel zou opstappen.
Het bestuur van Teneeter heeft besloten dat het roer moet worden omgegooid en vindt daarom dat Knobel moet verdwijnen. De spelers zelf blijven echter solidair met Knobel, die ook mede-oprichter is van het gezelschap. Voorlopig is De Reis daarom de laatste voorstelling van Teneeter-van-nu.


_ _ _ _ _ _ _

Teneeter speelt ANDROMACHE

De voorstelling ANDROMACHE gaat in première op 10, 11 en 12 november in Theater Het Badhuis, het huistheater van Teneeter. Daarna gaat de voorstelling tot en met 21 januari op tournee. Teneeter's Andromache is bedoeld voor iedereen vanaf 14 jaar.
Teneeter speelt twee delen uit de TROJE-TRILOGIE van Koos Terpstra. Voor de pauze staat TROJE op het programma, na de pauze ANDROMACHE.
In TROJE zijn de centrale personages koningin Hekabe, haar dochter Kassandra, haar zoon Hektor en diens vrouw Andromache. Het is oorlog, maar de vrouwen leiden een ogenschijnlijk beschermd leven, daar binnen de vestingmuren van de stad. Het vernietigende mannenspel buiten vreet zich echter naar binnen en neemt definitief bezit van hen als duidelijk wordt dat Hektor een tweegevecht met Achilles zal aangaan.
In het deel ANDROMACHE is de stad Troje gevallen, zijn de mannen en zonen vermoord en de vrouwen als oorlogsbuit meegenomen door de Grieken. De zoon van Achilles, Neoptolemos, heeft zich Andromache toegeëigend. Er is tussen hen zelfs een relatie ontstaan waar een zoontje, Molossos, uit geboren wordt. Maar dan trouwt Neoptolemos met de jonge koningsdochter Hermione. Zij is nu de baas in huis en ze stelt Andromache's overlevingsdrift tot in het extreme op de proef.

'Je bent nooit zo machteloos dat je niets kunt doen. Bind me aan mijn handen en ik zal harder vechten. Snoer mijn mond en ik zal harder schreeuwen. Spijker me vast en ik zal gevaarlijk worden. Maak me een slaaf en ik zal vrij zijn.'

Koos Terpstra
In de jaren tachtig werkte Terpstra bij verschillende toneelgezelschappen als regisseur. Daarnaast begon hij ook zelf te schrijven. Zo ontstond het deel Andromache toen hij de gelijknamige tragedie van Euripides wilde ensceneren. Hij besloot het stuk te bewerken, maar de bewerking groeide uit tot een zelfstandig stuk (1988), dat werd uitgebracht bij de Toneelschuur in Haarlem. Het centrale thema behelst de vraag hoeveel een mens kan verdragen voordat hij gewelddadig wordt.
De overlevingsdrift van Andromache bleef hem boeien en het zette hem aan tot het schrijven van Neoptolemos (1991), dat werd uitgebracht bij Fact in Rotterdam. In 1994 schreef hij het derde deel Troje, waarna het geheel door hemzelf bij Theater van het Oosten werd geregisseerd en onder de titel Troje Trilogie werd uitgebracht. Terpstra kreeg er in 1995 de Taalunie Toneelschrijfprijs voor.

Auteur Koos Terpstra
Spelers Caroline Almekinders, Noor Denteneer, Arend de Geus, Manoushka Kraal, Chris Tates, Maureen Tauwnaar,
Regie Arjo Viet
Dramaturgie Marjan van Giel
Techniek Wendel Camps en Robert Koletzki
Fotografie Bas Mariën
Kleding Annelies de Ridder
Decor- en lichtontwerp Michel Speckreyse
Grafische vormgeving Miesjel van Gerwen
Decorbouw Van Barneveld Decorbouw



Achterdocht in een gekkenhuis

Uit de Gelderlander van donderdag 13 april 2000

Door ANJOLIJN BORGDORFF Foto: Gerard Verschooten
NIJMEGEN - Theatergroep Teneeter speelt onder regie van Wannie de Wijn het treurspel De Vader uit 1887 als een tragikomedie. De artistiek leider van Teneeter Rinus Knobel denkt dat auteur August Strindberg zijn stuk ook zo bedoeld heeft. 'Een autoriteit die gaat wankelen, dat is interessant. Stel je voor dat langzaam de poten onder de stoel van een persoon als Clinton vandaan worden gezaagd. Dan is iedereen benieuwd hoe dat verder gaat', zo illustreert Rinus Knobel de situatie in De Vader. Het hoofdpersonage, gespeeld door Chris Tates, is een boegbeeld van de macht.
'Het gaat om een man die een hoge functie in het leger heeft en thuis zijn machtspositie dreigt te verliezen. Hij wordt omgeven door personen die geen actie ondernemen om hem in zijn dominante positie te houden. Tot in het extreme wordt achterdocht doorgevoerd. Elke partij verliest uiteindelijk, omdat het gevecht een eigen leven gaat leiden. Het komt los van de bodem waar het op gebouwd is', aldus Knobel.
'De situatie is op microniveau eigenlijk een symbool voor een instortende wereld', vindt hij. Dit tijdloze thema is bij vlagen in grappige teksten gestoken. Vandaar dat de artistiek leider meent dat ook de auteur zelf zijn stuk niet alleen tragisch heeft bedoeld.
Verlanglijstje
Sinds het midden van de jaren negentig maakt het Nijmeegse theater jaarlijks zowel een kindervoorstelling als een voorstelling voor jongvolwassenen. De Vader stond voor deze laatste doelgroep al lang op Knobels verlanglijstje. 'Het hoort bij de klassiekers. Net als een echt klassiek stuk zoals Medea, is ook dit stuk een langer bestaan beschoren.'
De machtsstrijd in De Vader uit zich in een conflict tussen een vader en moeder (Caroline Almekinders) over de toekomst van hun dochter (Heike Wisse). Vader wil dat zijn dochter een zelfstandig leven in de stad opbouwt. Moeder wil dat de dochter bij haar op het platteland blijft. Vader komt daarop cynisch met het compromis op de proppen dat dochterlief dan maar op het station moet gaan wonen.
'De moeder wil niet dat dit conflict uit de hand loopt, maar de vader zit in een web. Hij wordt hoe langer hoe achterdochtiger tegenover zijn omgeving', zegt de artistiek leider. De Vader laat zien dat de grens heel dun is tussen onberekenbaar zijn en ontoerekeningsvatbaar zijn. Zo'n situatie legt de krachten en tegenkrachten bloot. 'Juist omdat je dit pathologische gedrag ziet bij een normaal mens binnen de muren van een huis', benadrukt Knobel.
In realistische dialogen worden deze grote processen zichtbaar gemaakt. Over het algemeen is de tekst van Strindberg aangehouden. De Arnhemse regisseur Wannie de Wijn heeft alleen het potlood gezet in lange uiteenzettingen die truttig overkomen. 'In 1887 was het reciterend toneel,' verklaart Knobel.
Munitie
Aan de rolbezetting kun je dat nog zien. Als verlengstukken van de meubels komen er in het stuk een dominee, een dokter, een huisknecht en een min voor. Al die personages hebben in hun leven teleurstellingen gehad. Dat zet zich om in munitie. Knobel legt uit: 'Wanneer er eenmaal een vonk in zit, kan de munitie niet meer gestopt worden. Er ontstaat een kettingreactie.'
Als een speelbal loopt de dochter tussen de volwassen wereld van knetterende munitie door. 'Ze is het blanke pitje, dat alles overkomt, de onschuld zelve. Zij is de enige die werkelijk radeloos is als ze haar vader verliest, terwijl haar omgeving tot niet meer in staat is dan amen zeggen', aldus Knobel.
Hij vergelijkt het stuk met een thriller. Zo is de speelstijl ook. 'Het wordt eerder snel en wendbaar gespeeld, dan logisch en vloeiend. De spelers zijn het publiek net een stapje voor.' Daarnaast is het gedrag van de vader absoluut onberekenbaar. 'Je moet op het puntje van je stoel zitten, wil je alle verrassingen kunnen volgen', verwacht de artistiek leider.
Niet iedereen zal deze tragikomedie hetzelfde beleven. 'Ieder pakt wat op zijn niveau ligt. Sommigen zullen een spannende vijf kwartier beleven, terwijl anderen zich verbazen over de blik op mannen en vrouwen in het stuk', kijkt Knobel vooruit. Hij doelt daarmee op de archetypische verhouding tussen het mannelijke en het vrouwelijke geslacht in de karakters.
Contrast
Het decor past in de stijl van de tijd waarin Strindberg het heeft geschreven. In negentiende-eeuwse kostuums bewegen de personages door een sjiek ogende huiskamer van een vooraanstaande familie op het Scandinavische platteland. Kristallen lampen staan in contrast met de boeken van vader die verstrooid rond zijn bureau liggen. In dat domein wordt hij langzaam gek. 'Dat vind ik niet raar, hoor', zegt Knobel. Er is namelijk voortdurend overal beweging in het huis. In de wanden van het decor zijn verschillende uitgangen en doorkijkjes. En ook al hebben de personages soms geen tekst, ze lopen wel over het podium. Knobel grinnikt over de tegenstelling tussen binnen- en buitenkant: 'In vormelijke kleding gedragen de personages zich als beesten.'

Terug naar boven

Persbericht 11 februari 2000

Teneeter speelt 'De Vader'

De Zweedse auteur August Strindberg geeft in de tragikomedie De Vader een indringend en deels autobiografisch beeld van een onttakelend huwelijk. Voor publiek vanaf 14 jaar.
August Strindberg (1849-1912) heeft een enorm oeuvre op zijn naam staan. Zijn toneelstukken, korte verhalen, gedichten en romans kenmerken zich door een grote aandacht voor psychologie, naturalisme en -in zijn latere werken- occultisme. Zijn leven wordt gekenmerkt door een ongelukkige jeugd, mislukte liefdes, zware psychologische depressies en drankzucht. In veel van zijn stukken zijn deze thema's ook terug te vinden. De werken van Strindberg waren destijds zo vernieuwend, dat ze voor veel toneelschrijvers die na hem kwamen een grote bron van inspiratie zijn geweest.
In 'De Vader', een stuk dat Strindberg schreef in 1887, zien we een aantal van deze elementen ook terug. De Vader is een tragikomedie; tragisch omdat het gaat over een gezin dat uit elkaar valt, komisch omdat Strindberg dit proces met de nodige zelfspot en ironie weet te beschrijven. Het stuk gaat over een autoritaire man, die ziet dat zijn gezag binnen het gezin langzaam ondermijnd wordt. Het aftakelingsproces van 'De Vader', de heer des huizes, komt in een stroomversnelling wanneer hij een conflict krijgt met zijn echtgenote. Centraal in het conflict staat de toekomst van zijn enige dochter. Man en vrouw hebben gedurende hun huwelijk voldoende munitie verzameld om een strijd op leven en dood aan te gaan. Ze staan als twee legers tegenover elkaar, terwijl ze in hun hart de strijd het liefst zouden beëindigen. Maar woorden, opborrelend uit het onbewuste, gaan een eigen leven leiden en sturen het drama naar een catastrofaal einde.

Auteur: August Strindberg (Oorspronkelijke titel Fadren, 1887)
Vertaling: Karst Woudstra
Regie: Wannie de Wijn
Spelers: Caroline Almekinders, Bram Coopmans, Martin de Smet, Chris Tates, Maureen Tauwnaar en Heike Wisse.

NB: Meer informatie over het leven van August Strindberg.

Terug naar boven

Teneeter + Schola Cantorum Karolus Magnus

Dante's Inferno in de kerk

Op Witte Donderdag en Goede Vrijdag (20 en 21 april 2000) is in de Dominicuskerk in Nijmegen heel even De Hel op aarde. Onlangs is een nieuwe Nederlandse bewerking verschenen van het gedicht 'Inferno' (De Hel) van Dante Alighieri. Deze tekst is de basis voor een oratorium dat wordt uitgevoerd door acteurs van Teneeter en het Gregoriaans koor Schola Cantorum Karolus Magnus. De reis die Dante beschrijft speelt zich af in het heilig jaar 1300, in de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag. De twee uitvoeringen van 'Dante's Inferno' vinden dan ook precies 700 jaar na zijn reis plaats.

La Divina Commedia
'La Divina Commedia' van de Italiaanse dichter Dante Alighieri is een van de beroemdste gedichten uit de wereldliteratuur. Dante beschrijft zijn ontzagwekkende reis door de diepten van de Hel, de beklimming van de Louteringsberg en --tot slot- het Paradijs. Dante Alighieri leefde in Florence en was politicus en dichter. Hij schreef 'La Divina' toen hij 35 jaar was en op het toppunt van zijn politieke macht verkeerde. In zijn gedicht zoekt hij boete, bezinning en bevrijding.

Bewerking van 'De Hel'
Van de driedelige Commedia bestaan al vele bewerkingen en vertalingen. Onlangs heeft Jacques Janssen -verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen- het eerste deel 'De Hel' in modern Nederlands vertaald. De vertaling is in een rijk geïllustreerd boek verschenen getiteld 'Dante Alighieri, Mijn Komedie: Hel' (SUN-Uitgeverij Nijmegen).
Deze vertaling is de basis voor het oratorium dat in de Dominicuskerk wordt uitgevoerd. Drie acteurs van Teneeter vertolken de personages van Dante, zijn gids Vergilius en de talloze veermannen, duivels, monsters en zondaren. Bernard van Beurden, die eerder voor Teneeter de opera Repelsteel componeerde, zal de hellesfeer van angst en verschrikking, van gekrijs, gezucht en tandengeknars oproepen met een compositie voor strijkers en slagwerk. Het Gregoriaanse koor Schola Cantorum 'Karolus Magnus' vertegenwoordigt met zijn gezangen het perspectief op verlossing.
Beeldmatig wordt de reis begeleid door levensgrote dia's van werken van kunstenaars die zich door de eeuwen heen door Dante hebben laten inspireren, zoals Botticelli, Blake, Dali, Da Vinci, Doré, Guttuso, Koch en Sassu.
Reserveren
'Dante's Inferno' is te zien in de Dominicuskerk aan de Molkenboerstraat 7 in Nijmegen om 21.00 uur (einde om ± 24.00 uur, inclusief pauze). Entree ? 40,00 (tot 18 jaar, houders Nijmegenpas, CJP, Studenten en houders Pas65 ? 15,00). Kaarten reserveren kan via de kassa van Theater Het Badhuis -het huistheater van Teneeter- aan de Daalseweg 262 in Nijmegen. Reserveren via tel. 024-3600588 of via per email. Kaarten afhalen kan op vrijdag tussen 14.00 tot 17.00 uur aan de kassa .

Terug naar boven

Met Dante op reis door de hel

Uit de Gelderlander van dinsdag 18 april 2000

Door ANJOLIJN BORGDORFF
NIJMEGEN - Volgens de paus bestaat de hel niet. Dat vindt Jacques Janssen een rotopmerking, zo vlak voor de uitvoering van het muziekstuk Dantes Inferno, gebaseerd op zijn Nederlandse vertaling.
Voor een voorproefje van de hel kan men het oratorium van Dantes Inferno bijwonen. Líjden zal het publiek op de harde banken van de Dominicuskerk in Nijmegen. Vanuit het oksaal achter in de kerk zullen de vioolklanken en het slagwerk in de rug van het volk prikken. 'Op het altaar voor in de kerk klinkt het gregoriaans gezang van het koor Schola Cantorum Karolus Magnus. Het publiek zit dus middenin de ellende', legt regisseur Rinus Knobel uit.
Theatergroep Teneeter neemt het tekstgedeelte voor haar rekening. Net als de koorleden die een zwarte monnikskap dragen, staan de acteurs in sobere kleding vooraan in de kerk. Ze spreken in eigen timbre de glasheldere tekst uit, een vertaling van Jacques Janssen. Bart de Wildeman neemt de rol van Dante op zich, Jochem de Rooi speelt zijn gids Vergilius, en Sjef van der Linden speelt alle andere personages die Dante op zijn pad tegenkomt.
Het is geen toeval dat dit stuk vlak voor de Pasen wordt uitgevoerd. Dantes Inferno gaat namelijk over de afdaling naar de hel, net zoals Jezus in het apocrief verhaal van Nicodemus zijn reis maakt naar de diepten en uiteindelijk op paasmorgen opstaat uit de dood. Ook de KRO vindt dat toepasselijk en neemt daarom de uitvoering op. Gedeeltes ervan worden op Eerste Paasdag uitgezonden.
Dantes Inferno is het eerste deel van La Divina Commedia, een gedicht van de Italiaanse schrijver en politicus Dante Alighieri. Hij beschrijft in honderd canto's (gezangen) zijn tocht door de hel, de beklimming van de louteringsberg en het paradijs. Net als in Italië, waar traditiegetrouw Dantes verhaal met Pasen wordt uitgevoerd, is ervoor gekozen om één deel te laten zien en horen. Rinus Knobel: 'Alleen al De Hel zou meer dan vijf uur duren om uit te voeren. Ik heb de tekst ingekort tot ongeveer tweeënhalf uur. De passages waarin figuren voorkomen die mensen niet meer kennen heb ik eruit gelaten. Zo krijgt de tekst een universeel karakter.'
Het belangrijkste was om de ervaring van de reis die Dante maakt te behouden. Daarom wordt de tekst heel sec gebracht. 'Het is net als met de verfilming van een boek. Een film kan nooit een boek evenaren, omdat de menselijke geest veel rijker is dan de invulling die een regisseur er aan geeft.'
De regisseur hoopt dus dat mensen die komen kijken en luisteren mee willen verbeelden en voelen. 'Het is de bedoeling dat ze een complete reis maken. Ze kunnen de reis beleven als een trip. Op z'n best gaat het hallucinerend werken. En als ze aan het eind ontsnappen uit de hel, moeten ze kunnen zeggen: 'Ik heb dat en dat achter de rug'.'
Die ontsnapping is mogelijk door een scheur, in de kerk verbeeld met een kier tussen twee grote projectieschermen. Daarop zullen afbeeldingen van schilderijen te zien zijn van schilders die zich, sinds de beschrijving van Dantes reis in 1300, hebben laten inspireren door dit kunstwerk.
Als deze beelden, die parallel lopen met het verhaal, en de teksten niet duidelijk genoeg zijn voor de helleganger, is er nog een manier om er achter te komen waar hij zich in het verhaal bevindt: voor de aanvang wordt er een plattegrond van Dantes hel uitgedeeld.
Na anderhalf uur mogen de reizigers de duistere omgeving onderbreken om met een goede rode wijn kracht bij te tanken. De muziek zal de boetelingen vervolgens terugroepen in een hellesfeer van angst, verschrikking, gekrijs, gezucht en tandengeknars. Het is de bedoeling dat de composities van Bernard van Beurden geleidelijk overgaan in de canto's van de Schola Cantorum Karolus Magnus onder leiding van Stan Hollaardt.
Dit semiprofessionele koor, dat evenwichtig op tenorhoogte zingt, heeft al drie cd's uitgebracht en veel concerten gegeven. De gezangen van Dantes Inferno zullen op een vierde cd worden uitgebracht.
Hollaardt: 'De gezangen zijn voor negentig procent terug te vinden in gregoriaanse boeken. Verder zijn er in Dantes tekst verwijzingen en was het een kwestie van zoeken op welke Italiaanse tekst een bepaald gezang geënt is. De Media Vita bestond bijvoorbeeld al, dus als Dante begint met: 'Midden in het leven was ik van het rechte pad geraakt', weet je dat hij dat daar vandaan moet hebben.'
Het koor heeft de gezangen al meerdere malen opgevoerd, maar het toneelmatige is nieuw. 'De vertaling van de tekst in het Nederlands door Jacques Janssen, die ook koorlid is van Karolus Magnus, bracht ons op het idee om van Dantes Inferno een theaterproductie te maken.'
Janssen: 'Technisch gezien kan er helemaal geen gregoriaans gezang in een uitvoering van De Hel voorkomen. Alleen in de inleiding zijn er klanken, als herinnering aan de aarde. Aan de andere kant zei de paus laatst nog dat de hel niet bestaat. Dat is natuurlijk een rotopmerking, vlak voor zo'n voorstelling. Maar als je de hel inderdaad ziet als een mentaal gebeuren, kan er wel gezongen worden.'
Behalve Media Vita en het Vexilla Regis, gezang als persiflage, wordt er in De Hel niet letterlijk gezongen. De overige gregoriaanse klanken zijn bedoeld om een bepaalde sfeer op te roepen. 'Ze hebben een waarschuwende toon of geven juist het perspectief op verlossing', maakt Janssen duidelijk.
'Ze wijzen op de opening, de hoop die toch nog gloort. In het laatste gezang verschijnt de dageraad: het ochtendlicht van paasmorgen.'
Voor de koordirigent heeft het een persoonlijke betekenis dat deze uitvoering in de lijdensweek wordt gebracht. 'Ik zie het als een vervanging van het kerkelijke gebeuren. Het is een beleving waar mensen heen kunnen gaan. Je mag het best een mooie variant van de Matthäus Passion noemen.'

Terug naar boven

Is Roodhapje wel blij met een dode wolf?

Uit De Gelderlander - vrijdag 3 december 1999

Roodkapje is een sprookje vol dubbele bodems en verhaallagen. Dat geldt nog sterker voor de muziektheatervoorstelling Roodhapje, waarmee het Nijmeegse toneelgezelschap Teneeter vanaf dinsdag door het land toert. Een voorstelling voor iedereen vanaf 6 jaar.

Door Ernest Mettes
"In Roodhapje staat het meisje dat de wolf doodt, centraal", legt regisseur Anny van Hoof uit. "In het sprookje is dat een ondubbelzinnig gegeven. Het beest wilde haar, haar moeder en grootmoeder opeten en dat gevaar is nu geweken. Iedereen roept hoera. Maar je kunt er ook meer achter zien: in feite vermoordde het meisje degene met wie ze eerder mee had willen gaan. Moet ze daar blij mee zijn?"
Een meisje op de grens van volwassenheid, een puber die op zoek gaat en verleid wordt. De relatie tussen een tienerdochter en een moeder die haar nog als kind ziet. Een oude dame die treurt dat ze niets meer kan. Een man die vrouwen als lekkere hapjes ziet. Het zijn allemaal levensthema's die toneelschrijfster Imme Dros regelrecht uit het sprookje afleidde. De wolf - door acteur Bart de Wildeman niet verbeeld als een harig dier maar als een popster-achtig type - heeft een bijzondere aantrekkingkracht op Roodhapje (Heike Wisse). Ze denkt bijvoorbeeld dat hij een kunstenaar is en vraagt zijn handtekening.
Van Hoof: "De persoonlijkheid van de wolf komt bij ons meer naar voren dan in het sprookje. Hij droomt ervan weg te trekken naar het noorden, als hij eenmaal voldoende proviand in zijn rugzak heeft. Eigenlijk is de wolf nog het meest naturel in vergelijking met oma, moeder en kleindochter. Daarvan hebben we de personages enorm uitvergroot en kleurrijk gemaakt."
Dat gebeurt ook met de kostuums. Trudi Klever (moeder), Maureen Tauwnaar (grootmoeder) en Heike Wisse dragen platinablonde pruiken. Roodhapje moet van haar moeder daarover een zedig mutsje dragen en een soort hoepelrokje. De verschillende lokaties worden op toneel verbeeld door bomen, houten zuilen die tussen de bedrijven door opengeslagen kunnen worden. Ze zijn gevuld met lievelingsattributen: botten voor de wolf, antiek voor oma, een sieradenkast voor moeder en opgezette dieren voor de jager (gespeeld door de jonge Nijmeegse acteur Bram Coopmans). Alle spelers laten in het stuk ook met liedjes van zich horen, moderne pop en jazz geschreven door Bart van Dongen. Daarbij worden ze live begeleid door muzikanten.
Teneeter legt zich sinds 1977 met volwassen spelers toe op voorstellingen voor kinderen en jongeren. Tegelijk zijn de voorstellingen gericht op een volwassen theaterpubliek. Het gezelschap heeft een reputatie hoog te houden wat betreft eigentijdse bewerkingen van sprookjes. Eerder speelde Teneeter Repelsteel, Odysseus en Assepoes.

Try-outs van Roodhapje worden vanaf dinsdag opgevoerd, de première is vrijdag 17 december om 19.00 uur in Teneeters eigen theater Het Badhuis, Daalsweg 262 in NIJMEGEN. Roodhapje toert tot 13 februari door de Nederlandse theaters



Persbericht 5 november 1999
Roodhapje



Teneeter brengt weer een bekend sprookje in een combinatie van toneel, muziek en zang. Het aloude sprookje Roodkapje is door Imme Dros bewerkt tot een muziektheatervoorstelling voor publiek vanaf 6 jaar.

Teneeter heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om het spelen van klassieke sprookjes en Griekse tragedies in een eigentijdse bewerking voor een jong publiek. Eerder speelde Teneeter de bewerkingen Repelsteel, Odysseus en Assepoes. Nu brengt Teneeter een bewerking van het sprookje Roodkapje, in een theaterbewerking van de schrijfster Imme Dros.

Wie kent 'Roodkapje' niet? Het sprookje over het kleine onschuldige meisje dat door onoplettendheid en eigenwijs-heid in de klauwen van de sluwe wolf belandt. Schrijfster Imme Dros heeft dit klassieke verhaal flink onder handen genomen en het resultaat is een verrassend nieuwe versie. Aanvankelijk lijkt het verhaal van Roodhapje erg op het originele sprookje, waarin we alle vertrouwde personages tegenkomen. Roodkapje, de moeder, grootmoeder, de jager en de wolf zijn de hoofdpersonen in het verhaal. Maar alles blijkt net even anders te zijn dan in het oorspronkelijke sprookje. Zo is de aandacht van de groene jager nou niet bepaald gericht op de wilde dieren, is Roodkapje echt niet zo naïef als in het sprookje van de gebroeders Grimm, is de platinablonde grootmoeder zeer bij de tijd en blijkt de grijze wolf een romantische dromer te zijn. Maar onder zijn poëtische charmes gaat het instinct van een wolf schuil. Want wanneer de wolf Roodkapje ontmoet in het bos, noemt hij haar likkebaardend Roodhapje...

Toneel, muziek en zang
Het verhaal van Roodhapje wordt verteld in een combinatie van toneel, muziek en zang. De vijf spelers (Bram Coopmans, Trudi Klever, Maureen Tauwnaar, Bart de Wildeman en Heike Wisse) nemen naast hun gesproken teksten ook een aantal liedjes voor hun rekening. En daarbij worden ze live begeleid door drie muzikanten (Bart van Dongen, Miguel Boelens en Tjitze Vogel). De muziek voor deze voorstelling is door Bart van Dongen gecomponeerd.
De vormgeving is in handen van Jan van Hoof. Regisseuse Anny van Hoof maakt een voorstelling, samen met regie-assistente Reina Bartelink en dramaturg Rinus Knobel, waar jong en oud van kan genieten.

Imme Dros
Imme Dros (Texel, 1936) heeft een omvangrijk oeuvre boeken op haar naam staan. Voor haar werk ontving ze vele prijzen, waaronder de Libris Woutertje Pieterse Prijs en elf Griffels. Imme Dros is inmiddels een bekend vertaalster, librettiste en schrijfster. Beroemd zijn haar vertalingen en bewerkingen voor volwassenen én voor kinderen van klassieke verhalen. Teneeter heeft al vaker bewerkingen van Imme Dros op het repertoire genomen, namelijk 'Repelsteel' (1994) en 'Odysseus' (1995). Haar libretto's vallen op door het poëtisch taalgebruik en een zeer grote dramatische zeggingskracht. Dit maakt de teksten uitermate geschikt om op muziek te zetten. Dit deed Teneeter al eerder met Repelsteel, en ook nu weer in Roodhapje.

Roodkapje
Zoals bij zoveel sprookjes het geval is, bestaan er van Roodkapje vele versies. Nadat het verhaal eeuwenlang van generatie op generatie mondeling werd overgeleverd, is het verhaal samen met vele andere sprookjes rond 1700 opgeschreven door de fransman Charles Perrault en later (rond 1800) ook door de taalkundigen Jacob en Wilhelm Grimm. Beide versies komen in grote lijnen overeen, alleen eindigt het verhaal van de Gebroeders Grimm met een 'happy-end'. In de versie van Perrault worden Roodkapje en Grootmoeder namelijk niet door de jager uit de buik van de wolf gered.
Wat in beide verhalen overeenkomt is de moraal: Kinderen of knappe meisjes moeten niet met onbekenden praten. Het kan slecht met je aflopen als je valt voor de charmes van een gladde prater. Je kunt als meisje je waardigheid verliezen wanneer je de goede raad van moeder in de wind slaat.
Imme Dros raakte tijdens het schrijven van deze bewerking gefascineerd door de drie fases in het leven van een vrouw. Het kind Roodkapje dat alles nog kan, de moeder die er naar verlàngt dat ze alles nog kan en de grootmoeder die betreurt dat voor haar niks meer mogelijk is. Deze drie vrouwen zijn elkaars spiegel. Ze kunnen zichzelf terugzoeken in de ander, ze kunnen denken: 'zo wil ik nooit of juist wel worden'.

Première
De première van de voorstelling is op vrijdag 17, zaterdag 18 en zondag 19 december in Theater Het Badhuis in Nijmegen. Daarna is de voorstelling tot 13 februari op tournee in Nederland en België, en ook nog een aantal keren in Het Badhuis in Nijmegen te zien.

Terug naar boven


Persbericht juni 1999

Op 3 september 1999 gaat in het Badhuis Pinter Pinter! in première. Twee eenakters van Harold Pinter: De Minnaar en de Dienstlift.

De Minnaar: De echtlieden Richard en Sarah leiden een keurig - maar kleurloos - bestaan. Maar dan blijkt er een minnaar in het spel te zijn. En misschien wel meer dan dat ...
De Dienstlift: In een kaal souterain wachten twee manner op het opengaan van een deur om hun bizarre opdracht uit te voeren. De opdracht is moord, het slachtoffer is niet bekend ...

Vertaling en regie: Arjo Vliet
Met: Menno van Beekum, Freerk Bos, Chris Tates en Maureen Tauwenaar

Eenakters Pinter voor jongeren

Uit de Gelderlander van 2 september 1999

Door Monique Hammink
Het theatergezelschap Teneeter speelt deze maand in het eigen theater Het Badhuis voorstellingen van Harold Pinters heftige eenakters De minnaar en De dienstlift. Chris Tates en Freerk Bos spelen ze en Arjo Viet regisseert.
Het is Arjo Viets debuut als regisseur. Hij is met de stukken in zijn sas. 'Het zijn namelijk fascinerende stukken, rijk maar toch ook sober.' Sober is ook het decor, maar daar wil Viet niet veel over kwijt. Verrassend is het wel, vindt hij.
De minnaar is zijn vertaling van The lover (1963). Het stuk gaat over een doodgewoon getrouwd stel, Sarah en Richard. Ze zijn in goede doen en lijken erg gelukkig. Richard gaat elke ochtend naar zijn werk en zij blijft thuis. Op een dag vraagt de man aan zijn vrouw of haar minnaar die middag nog komt. De vrouw antwoordt hierop bevestigend. Weinig aan de hand, zou je zeggen.
Sarah en Richard lijken op een volwassen manier met elkaar hierover te kunnen praten. Langzaamaan wordt echter duidelijk dat ze verwikkeld zijn in een schizofreen rollenspel, dat ze zelf hebben gecreëerd.
Viet: 'De minnaar gaat dus over liefde en verlangen, maar er blijft veel meer verborgen dan dat er uitgesproken wordt. Het stuk is daarin de tegenpool van De dienstlift en staat wat de tekst betreft daarom nog dichter bij het originele van Pinter.' Ongrijpbaar, open, genuanceerd en daardoor extra ingewikkeld om te vertalen en te bewerken, meent Viet.
Thriller
De dienstlift is een echte thriller. Het stuk gaat over Ben en Gus, twee huurmoordenaars, die in een kelderachtige ruimte wachten op een nieuwe opdracht. De dienstlift, een liftje dat als het ware een derde personage in het stuk is, is de bedreigende factor voor de twee mannen. Tot op het laatste moment weet je niet waar het verhaal naar toe gaat. 'Pinter heeft voor dit stuk een trucendoos aan stijlmiddelen van de thriller opengetrokken', stelt Arjo Viet. 'Inhoudelijk doet hij hier echter niets mee. Het gaat niet over grote sommen geld, de mafia, of iets dergelijks. Juist het contrast tussen de ernst van de dreiging en conflicten over futiliteiten als lucifers maakt De dienstlift zo absurd.'
Viet wilde de stukken zo helder en conreet mogelijk benaderen. 'Het zijn al van die abstracte stukken', merkt hij op. Hij heeft de teksten ingekort, zodat het geheel ook heftiger en directer is geworden. De muzikaliteit van het script, het tempo van de dialogen, de stiltes en de pauzes zijn vitale zaken. In de pauzes en stiltes van het stuk komen de karakters van de personages het duidelijkst naar voren, aldus de regisseur.
Hij is sinds een jaar afgestudeerd aan de regieopleiding van de Amsterdamse theaterschool. Plannen voor de verdere toekomst heeft hij nog niet zo. 'Ik heb wel een stel plannetjes en een paar ideëen, maar ik wil me het komende half jaar vooral concentreren op het zelf schrijven van stukken. Wat ik in ieder geval wil is gewoon mooi theater maken.'
Ambitieus
De keuze om Arjo Viet als regisseur aan te trekken, is voor Rinus Knobel, artistiek leider van het theatergezelschap, niet moeilijk geweest. 'Teneeter moet een plek zijn waar goedgeschoolde, talentvolle mensen een rol kunnen spelen. Daarom volgen wij ook regisseurs en acteurs die van de toneelschool komen. Zo zijn wij ook op het spoor van Arjo Viet gekomen', licht Knobel toe.
Ambitieus is Teneeter ook. De groep wil het stadsgezelschap van Nijmegen worden. Alleen is Nijmegen te klein om jaarlijks 120 voorstellingen te geven. Eén van de redenen om Pinter in Nijmegen op de planken te brengen is bewust gedaan om meer publiek naar Teneeter te trekken. De voorstellingen van Teneeter trekken jaarlijks ongeveer 1100 mensen, maar het streven is om dit te vergroten naar zo'n 2500 mensen. 'We verhuizen op termijn ook naar een grotere zaal', aldus Knobel.
Teneeter wil jongeren, veertienplussers en ouder, ook volwassen repertoire bieden. Met de ontwikkelingen van de laatste jaren zoals het studiehuis en het nieuwe schoolvak culturele en kunstzinnige vorming (CKV) is er meer belangstelling van jongeren voor kunst en cultuur. Knobel: 'we hebben zelf ook al meer belangstelling van jongeren gekregen.'
Gangsterfilm
De keus voor twee stukken van Pinter was ook niet moeilijk, meent de artistiek leider. 'Pinter is een groot toneelschrijver, waar je kennis van moet hebben genomen.
\De stukken zijn ook geschikt vanwege de thematiek. De seksualiteit, het verlangen, maar ook de burgerlijkheid en gereserveerdheid van De minnaar is voor jonge mensen erg aansprekend. De dienstlift is een soort absurde gangsterfilm, met twee figuren die totaal 'veronpersoonlijkt' zijn. In deze tijd zijn er waarschijnlijk veel mensen die zich met die 'onpersoonlijkheid van de maatschappij' kunnen vereenzelvigen', aldus Knobel.

Terug naar boven


Persbericht (8 maart 1999)


Foto: Petra Kuypers
Spel: Ronald Armbrust, Gerold Guthman, Egidius Pluymen, Leonoor Pauw, Martin de Smet, Chris Tates Maureen Tauwnaar
Regie: Anny van Hoof / Rob Beumer


Teneeter gaat 1 april 1999 in première met Heuvels van Toen (Blue Remembered Hills) van Dennis Potter.

De Heuvels Van Toen vertelt het ogenschijnlijk simpele verhaal van zeven zevenjarige kinderen op een zomermiddag, ergens in Engeland. Het is 1943 en op het vasteland van Europa is het oorlog.
Gemakzuchtige Willie slenter rond. Stoere Peter kwelt zachtaardige Raymond en wordt op zijn beurt uitgedaagd door eerlijke John. Eenvoudige Audrey wordt overschaduwd door de schattigheid van Angela en wreekt haar frustraties op de jongens. Al deze kinderen vormen een groep tegen de doodsbange 'Donald Duck', die, mishandeld door zijn moeder, zijn eigen gevaarlijk spel van pyromaan speelt. Dat spel eindigt in een tragedie.
Blue Remembered Hills is in 1979 door Dennis Potter geschreven voor televisie. De kinderen, op zijn aanwijzing gespeeld door volwassen acteurs, charmeren niet door jeugdige onschuld, integendeel. Onder de ogenschijnlijke eenvoud van hun bestaan gaan angsten en agressie schuil van volwassen formaat.

Terug naar boven



Persbericht (28 oktober 1998)

Medea een nieuwe voorstelling van Teneeter voor iedereen vanaf 14 jaar

Première 20 november 1998, 20.00 uur in Het Badhuis

Na 'Antigone' (1996) brengt Teneeter met Medea weer een Griekse tragedie. Teneeter speelt Medea naar de tekst van Euripides in de vertaling van Gerard Koolschijn.

"Ik wens geen welvaart die pijn doet, geen rijkdom als mijn hart wordt gekweld"

Medea is een hartochtelijke vrouw. Gepassioneerde liefde verbindt Medea en haar man Jason met elkaar. De tragedie begint wanneer de ambitieuze Jason een nieuwe liefdesband aangaat met de dochter van koning Kreon. Medea is woedend en diep gekrenkt. Zij neemt wraak op Jason vanwege zijn ontrouw. Uiteindelijk vernietigt zij zowel Jasons geluk als dat van haarzelf door het dierbaarste dat zij samen bezitten te doden: hun kinderen.

De tragedie van Medea is 2400 jaar geleden geschreven. Het is ook nu een menselijk en herkenbaar drama. Passie en ambitie maken bovenmenselijke krachten vrij en als het fout gaat kan dat leiden tot gruwelijk geweld.
Ueripides' Medea spreekt tot de verbeelding en verbijstert tegelijk

  • Regie: Rinus Knobel, Femke Janssen (assistent-regisseur)
  • Spel: Ronald Armbrust, Chris Tates, Maureen Tauwnaar, Chiara Tissen
  • Techniek: Wendel Camps, Rob Daanen, Stijn van Bruggen
  • Kleding: Annelies de Ridder
  • Speelperiode: 20 november 1998 t/m 7 februari 1999

Terug naar boven



Voorbeschouwing uit de Gelderlander van 1 april 1999

'Soms verdrietig-of juist heel grapig'

Door Merlijn Sutmuller
Een eekhoorntje wordt door twee zevenjarige jongetjes gevangen en uiteindelijk doodgetrapt. Het is een van de choquerende scènes uit Heuvels van Toen, een toneelstuk voor publiek van acht jaar en ouder. Heuvels van Toen gaat vanavond in Het Badhuis in Nijmegen in première en is daarna in verschillende theaters in Nederland, België en Duitsland te zien.
Terwijl de twee jongetjes het eekhoorntje molesteren, zijn in een schuurtje twee meisjes en een jongetje vader-en-moedertje aan het spelen. Het spel escaleert en en jongetje wordt in elkaar geslagen.
Deze scène is nog niets vergeleken met het tragische einde. De groep van zes kinderen keert zich dan tegen Donald, het bange jongetje dat door zijn moeder is mishandeld. De pyromaan Donald is het pispaaltje van de groep en wordt door de andere kinderen honend Donals Duck genoemd. Hij loopt als een rode draad door het stuk en speelt zijn eigen gevaarlijke en noodlottige spel. Regisseur Anny van Hoof werd door theatergezelschap Teneeter gevraagd om een toneelversie te maken van Blue remembered hills. De Engelsman Dennis Potter, schrijver van de televisieseries The singing detective en Pennies from heaven, schreef het stuk in 1979 voor televisie. Potter stond erop dat de zevenjarige kinderen door volwassenen werden gespeeld. Ook in de versie van Teneeter vertolken volwassen acteurs de rollen van de kinderen. Heuvels van Toen speelt zich af op het platteland van Engeland, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Zeven allerminst onschuldige kinderen struinen op een zomermiddag de bossen en de velden af. De strijd tussen de kinderen is vanaf het begin voelbaar en escaleert in het tragische slot.
Van Hoof vertaalde de tekst, iets wat ze wel vaker doet als ze een stuk gaat regisseren: "Zo krijg je het stuk goed in je klauwen". Potter schreef het stuk niet voor kinderen, maar volgens Van Hoof is dat geen probleem. Ook de gewelddadige scènes vindt ze geen bezwaar.
"Heuvels van Toen is inderdaad choquerend, maar dat is Roodkapje ook. Ik zie daar geen verschil in. Ik geloof absoluut niet in brave, mooie stukjes die goed aflopen. Het akelige is ook heel poëtisch. Ik ben er echt van overtuigd dat dit stuk over strijd, overleven en dood de essentie van het leven raakt. Ik vind het flauwekul om te zeggen dat het daarom niet geschikt is voor kleine kinderen."
Dat het stuk inderdaad geschikt is voor achtjarigen en ouder, bewijzen de reacties na de try-outs. "De kinderen waren echt aangedaan door het stuk, maar ze vonden het ook heel grappig. Het stuk is heel herkenbaar, omdat het gaat over het overleven en functioneren in een groep. Welk nummertje ben je in de rangorde, ben je het pispaaltje of sta je bovenaan in de pikorde."
Groep vijf en zes van De Muze, een basisschool uit Nijmegen, kwamen ook naar de try-out van Heuvels van Toen. Weer terug op school, schreven de leerlingen in hun schriftje wat zij van de voorstelling vonden. Manuel schrijft: 'Het ging over vroeger tijdens de oorlog dat de kinderen gingen spelen of juist raar doen het was soms verdrietig of juist heel grapig. En eigelijk was het best door de grote mensen goed gespeeld ik vond als laatst niet zo mooi want er kwam rook uit en dat stinkt'. Als Van Hoof die laatste opmerking leest, reageert ze enigszins geprikkeld.
"Dat gezeur over die rook als het schuurtje in brand wordt gestoken. Mensen beginnen meteen te hoesten, terwijl je de rook die wij gebruiken niet eens kunt ruiken." Hardop denkt ze over de tekst die ze op papier wil zetten om bij de ingang op te hangen: 'Van de rook die wij bij deze voorstelling gebruiken hoef je niet te hoesten'.


Antigone van Teneeter bekroond

KU nieuws vrijdag 06 juni 1997 jaargang 26, nr. 34

Bea Ros
De voorstelling Antigone van de Nijmeegse theatergroep Teneeter is afgelopen zondag bekroond met de Hans Snoekprijs voor jeugdtheater. Deze prijs maakt deel uit van de jaarlijkse toneelprijzen van de Vereniging van Schouwburg en Concertgebouw Directeuren. "Met deze voorstelling wilden we met onze vaste kern weer even de diepte in", vertelt regisseur en artistiek leider Rinus Knobel. "Het is dan prettig dat je juist daarvoor een prijs krijgt."
Overigens vindt Knobel dat de jury voor de Theo d'Or en Louis d'Or (prijzen voor de beste hoofdrolspelers) ook eens bij jeugdtheater moet gaan kijken. "Ik geloof niet zo in die radicale scheiding van 'dit is voor grote mensen' en 'dit is voor kinderen'. Teneeter maakt theater voor alle leeftijden." De discussie afgelopen week in de Volkskrant over volwassenen die in het jeugdtheater plaatsen van kinderen bezet houden, vindt hij "overdreven". "Het feit dat volwassenen belangstelling tonen voor jeugdtheater en jeugdliteratuur vind ik juist ontzettend belangrijk. Het betekent dat beide werelden naar elkaar toegroeien."

Terug naar boven

Terug naar het Jaarboek menu



Bezoekers van buiten de Homepage van het SAT: KLIK op logo
Deze pagina is onderdeel van:
www.sat-nijmegen.nl