TeneeterNB De gegevens van deze groep worden wegens opheffing of vertrek naar elders niet meer bijgehouden. De hier vermelde gegevens etc. kunnen sterk verouderd zijnTeneeter is een professioneel jeugdtheatergezelschap. Per jaar worden twee nieuwe produkties gemaakt en ongeveer 120 voorstellingen gespeeld. De voorstellingen in Nijmegen worden gespeeld in het eigen theater: 'Het Badhuis' aan de Daalseweg. Het werk van Teneeter wordt mogelijk gemaakt door subsidie van de provincie Gelderland. de gemeente Nijmegen en het ministerie van OCW en door ondernemers die een jaarlijkse bijdrage geven aan Teneeter: 'de Kring van Bedrijfsvrienden'.
Informatie: Opgeheven |
‘Een staande ovatie omdat het zo fris was’Ze gaven kleur aan de jaren zeventig, ieder op zijn eigen manier. Wekelijks treft De Gelderlander een van de hoofdrolspelers van die periode. Vandaag: Rinus Knobel, artistiek leider van Tejater Teneeter.Uit de Gelderlander Online van 1 september 2007
Zo’n 25 jaar stond Rinus Knobel aan het roer van het Nijmeegse Tejater Teneeter. Ooit begonnen als studentenclub, die zijn jeugdtheaterambities in 1976 gehonoreerd zag met een landelijke subsidie. "Opeens was er geld. 200.000 gulden! Voor ons studenten een verbijsterend bedrag."Zoals zovelen kwam Rinus Knobel begin jaren zeventig naar Nijmegen om te gaan studeren. Nederlands in zijn geval. "Via mijn toenmalige vriendin kwam ik bij Tejater Teneeter terecht. De club was toen net van start gegaan. Het waren studenten die beïnvloed door de gebeurtenissen in mei 1968, het Werktheater en dergelijke, zich wilden richten op theater voor en met kinderen." "Ik heb begin stond ik nog wat aan de zijlijn. Maar wat opviel was dat Teneeter een ideaal, een enorme missie had. We schoolden ons in de politieke economie van het onderwijs, in Marx en Lenin. Omdat we voor kinderen wilden werken moest dit politieke verhaal vertaald worden. We voerden lange vaak theoretische discussies over wat het juiste thema moest zijn. Maar je komt dan toch terecht bij de dingen die om hen heen gebeurden: de woningnood, de werkloosheid van hun vader, de sanering van hun wijk. En als daarin een keuze was gemaakt, gingen we aan het werk om spelvormen te vinden waar kinderen plezier aan konden beleven. Da’s erg belangrijk. Want al het spelen begint met plezier." Teneeter opereerde vooral op scholen, in de klas. Werden jullie met open armen ontvangen in de onderwijswereld? "Ja en nee. Wél door een flink aantal jonge onderwijzers en onderwijzeressen, die ook aan het zoeken waren hoe ze konden ontsnappen aan de verstarde verhoudingen, het klassikale systeem. Die vonden in ons welkome verstoorders van de dagelijkse gang van zaken. Tegelijkertijd waren vonden de schoolbesturen ons bedreigend. Een term als ‘ indoctrinatie’ viel regelmatig." Tejater Teneeter groeide halverwege de jaren zeventig uit tot een actieve club van wel veertig mensen. Knobel: "Het werd veel te groot en te onpersoonlijk. Alles moest worden teruggekoppeld en geanalyseerd, om de haverklap waren er plenaire vergaderingen. Dat werkte niet, en Teneeter stopte. Een aantal mensen die in Utrecht theaterwetenschappen waren gaan studeren, besloot door te gaan, maar op een meer wetenschappelijke manier. We gaven de formules en theoretische discussies op en gingen op zoek naar wat kinderen wérkelijk bezighield. Na een jaar stonden we voor de keuze om te professionaliseren of ermee te stoppen. We zijn subsidieaanvragen gaan schrijven en toen die werden gehonoreerd, veranderde er een en ander. Teneeter was opeens ons beroep. Met alle gevolgen van dien. Er moest een boekhouding worden bijgehouden, een structuur komen, planningen - dat moesten we leren." Jullie waren van origine geen acteurs. Was dat een probleem? "In de eerste jaren niet echt. Ik herinner me dat op we op een festival stonden met Wie is nou de baas hier en dat we een staande ovatie kregen omdat het dat het zo fris was, zo speels. Dat kwam omdat we in geen enkele traditie pasten. Maar eind jaren zeventig zijn we intern spel- en acteertrainingen gaan organiseren, en dan zie je ook langzaam maar zeker professionele acteurs binnenkomen." Dat die vrijgevochten studentenclub uitgroeide tot een professionele theatergroep, met regeltjes en beleidsplannen, was eigenlijk onvermijdbaar, zegt Knobel. " Alleen wisten we dat in het begin niet. Anders hadden we er ook niet veel ruzie over hoeven maken. Steeds was er de discussie over wat we wilden, en hoe we dat moesten bereiken. Het draaide altijd om kunst tegenover scholing. In het begin maakten we toneelvoorstellingen waar we achteraf met de klas over gingen praten eerst artistiek, daarna didactisch. Na drie, vier jaar zijn we gaan zoeken hoe we de kinderen konden betrekken bij ons werk. Dan ontstaan de meespeelvoorstellingen. Iemand uit het publiek kon een rol kon overnemen en daarmee het script veranderen. Op dat moment moesten de acteurs gaan improviseren. Het was onze manier om het spelen met kinderen ook een artistieke, theatrale invulling te geven. Vanaf 1984 beperkten we ons alleen nog tot theatervoorstellingen. In zeven, acht jaar hebben we een lange weg afgelegd." De erfenis van Tejater TeneeterTejater Teneeter is opgeheven. Maar niet alles is verdwenen.Uit de Gelderlander Online van 1 september 2007
NIJMEGEN - Tejater Teneeter bestaat al enige jaren niet meer. Het gezelschap raakte in 2001 zijn subsidie kwijt en artistiek leider Rinus Knobel kwam op straat te staan. Kwatta nam de lege plek en het Teneetertheatertje, het Badhuis, in. De vraag is wat er anno 2007 nog herinnert aan Tejater Teneeter.Knobel: "Het belang van Teneeter ligt op diverse terreinen. Allereerst moet ik vaststellen dat er een aantal markante voorstellingen is geweest. Dat staat buiten kijf. Maar er is meer. Tejater Teneeter staat aan het begin van het jeugdtheater in Nederland. Toen wij startten, was er in Amsterdam één landelijk gesubsidieerd gezelschap voor kinderen, het Amsteltheater. En die lui maakten sprookjestoneel. "In de jaren zeventig zie je dat het gaat rommelen. Tejater Teneeter is daar een voorbeeld van, maar bijvoorbeeld ook een groep uit Amsterdam, Wederzijds. Wij waren de voorlopers van een nieuwe organisatie. Er moest namelijk ook beleid ontwikkeld worden. "Nu is jeugdtheater een niet meer weg te denken tak aan de boom van de podiumkunsten, en daar hebben wij met Tejater Teneeter een vette rol in gespeeld. Natuurlijk kun je ook zeggen dat als wij er niet waren geweest, een ander het wel had gedaan. Maar ik kan ook zeggen dat ik 25 jaar mijn leven zelf heb mogen invullen. Het was voortdurend pionieren en ik heb een kwart eeuw nooit een baas gehad!"
'Jonge liefde gaat kapot en doet pijn'Uit de Gelderlander Online van 5 januari 2001
NIJMEGEN - Een spel tussen wat werkelijkheid is en wat niet. Dat is de gedachte achter de voorlopig laatste Teneetervoorstelling De Reis - een zoektocht naar de liefde.Twee jonge mensen, verliefd op de liefde. Hun samenzijn is heftig, ze raken elkaar diep. Toch komen ze niet dichter bij elkaar. Ze zijn te jong, hebben te veel eisen, dromen en idealen. Alleen als ze zwijgen, blijft de verhouding intact. Twee jonge mensen die op zoek zijn naar een grootse liefde, die ook vinden, maar machteloos toezien hoe ze die moeten laten gaan. Dit gegeven is de kern van de toneelvoorstelling De Reis, die vanaf deze week is te zien in Theater Het Badhuis in Nijmegen. Het stuk is geboren op initiatief van toneelgezelschap Teneeter, dat op deze manier een plek wil bieden aan jonge podiumkunstenaars. Voor de voorstelling stond maar één ding vast: een jonge regisseur en drie acteurs moesten het werk doen. Verder lagen de mogelijkheden open. De jonge regisseur werd Guido Kleene (28), afgestudeerd aan zowel de Amsterdamse Toneel- als Regieopleiding. Op de acteursopleiding in Arnhem vond hij drie acteurs. Met zijn vieren zijn zij gaan improviseren, op basis waarvan Kleene vervolgens het stuk schreef. Verhaallijn Belangrijke inspiratiebron voor de regisseur was het boek Voyage au bout de la nuit (1932) van de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline. Tien pagina's daaruit vormen de verhaallijn voor De Reis. Het deel uit het boek beschrijft de ontmoeting tussen de personages Ferdinand en Lola, die een relatie krijgen die heftig is, maar gedoemd te mislukken. In de voorstelling wil Matthijs (gespeeld door Matthijs Verboom) Anne-Lore (Anne-Lore Cassier) verleiden deze ontmoeting met hem na te spelen. Zij weigert, wil Lola niet zijn. Ze is van mening dat echte liefde met overgave te maken heeft en kan zich daardoor niet vinden in de passage van Céline. Daarin gaat het de personages immers om het vinden van de liefde en niet zozeer om de liefdespartner. Matthijs houdt vol, blijft haar het boek in praten. Met succes: uiteindelijk zwicht Anne-Lore als zij merkt dat het Matthijs echt aan het hart gaat. Natuurlijk gebeurt het onvermijdelijke en vallen werkelijkheid en spel samen. Onschuldig Waarom koos Guido Kleene voor dit stuk? 'Voyage au bout de la nuit was mijn lievelingsboek toen ik vijftien was,' zegt hij. 'De eerste keer dat ik het las, vond ik het heel positief. Later heb ik het nog eens gelezen en vond ik het eigenlijk vrij tragisch.' Het boek heeft hem in ieder geval geïnspireerd. Kleene wilde graag een voorstelling maken over twee jonge mensen die samen een liefde beleven zoals beschreven. 'Liefde tussen jongelingen wordt op het toneel doorgaans beschreven als onschuldig en puur. Volgens mij klopt dat niet. Jonge liefde is niet rimpelloos, maar gaat kapot en doet pijn.' Ondanks de cynische toon die in deze woorden weerklinkt, is dat niet de tendens van het stuk. Voyage au bout de la nuit is een van de eerste werken van Céline. Guido Kleene: 'Op latere leeftijd is hij verbitterd geraakt. Dat merk je trouwens al in zijn jongere boeken, maar dit werk is nog enigszins positief.' Hij omschrijft De Reis dan ook als 'een tragikomedie, waarin gespeeld wordt met wat werkelijkheid is en wat niet'. Als de samenwerking tussen regisseur, acteurs en Teneeter goed bevalt, bestaat de mogelijkheid dat de voorstelling een vervolg krijgt. Althans, dat was het uitgangspunt. Deze situatie is op losse schroeven komen te staan door de politieke kwesties waarin Teneeter is terechtgekomen. De Raad voor Cultuur heeft negatief geadviseerd over een subsidie voor Teneeter, tenzij artistiek leider Rinus Knobel zou opstappen. Het bestuur van Teneeter heeft besloten dat het roer moet worden omgegooid en vindt daarom dat Knobel moet verdwijnen. De spelers zelf blijven echter solidair met Knobel, die ook mede-oprichter is van het gezelschap. Voorlopig is De Reis daarom de laatste voorstelling van Teneeter-van-nu. _ _ _ _ _ _ _
Teneeter speelt ANDROMACHEDe voorstelling ANDROMACHE gaat in première op 10, 11 en 12 november in Theater Het Badhuis, het huistheater van Teneeter. Daarna gaat de voorstelling tot en met 21 januari op tournee. Teneeter's Andromache is bedoeld voor iedereen vanaf 14 jaar.Teneeter speelt twee delen uit de TROJE-TRILOGIE van Koos Terpstra. Voor de pauze staat TROJE op het programma, na de pauze ANDROMACHE. In TROJE zijn de centrale personages koningin Hekabe, haar dochter Kassandra, haar zoon Hektor en diens vrouw Andromache. Het is oorlog, maar de vrouwen leiden een ogenschijnlijk beschermd leven, daar binnen de vestingmuren van de stad. Het vernietigende mannenspel buiten vreet zich echter naar binnen en neemt definitief bezit van hen als duidelijk wordt dat Hektor een tweegevecht met Achilles zal aangaan. In het deel ANDROMACHE is de stad Troje gevallen, zijn de mannen en zonen vermoord en de vrouwen als oorlogsbuit meegenomen door de Grieken. De zoon van Achilles, Neoptolemos, heeft zich Andromache toegeëigend. Er is tussen hen zelfs een relatie ontstaan waar een zoontje, Molossos, uit geboren wordt. Maar dan trouwt Neoptolemos met de jonge koningsdochter Hermione. Zij is nu de baas in huis en ze stelt Andromache's overlevingsdrift tot in het extreme op de proef. 'Je bent nooit zo machteloos dat je niets kunt doen. Bind me aan mijn handen en ik zal harder vechten. Snoer mijn mond en ik zal harder schreeuwen. Spijker me vast en ik zal gevaarlijk worden. Maak me een slaaf en ik zal vrij zijn.' Koos Terpstra In de jaren tachtig werkte Terpstra bij verschillende toneelgezelschappen als regisseur. Daarnaast begon hij ook zelf te schrijven. Zo ontstond het deel Andromache toen hij de gelijknamige tragedie van Euripides wilde ensceneren. Hij besloot het stuk te bewerken, maar de bewerking groeide uit tot een zelfstandig stuk (1988), dat werd uitgebracht bij de Toneelschuur in Haarlem. Het centrale thema behelst de vraag hoeveel een mens kan verdragen voordat hij gewelddadig wordt. De overlevingsdrift van Andromache bleef hem boeien en het zette hem aan tot het schrijven van Neoptolemos (1991), dat werd uitgebracht bij Fact in Rotterdam. In 1994 schreef hij het derde deel Troje, waarna het geheel door hemzelf bij Theater van het Oosten werd geregisseerd en onder de titel Troje Trilogie werd uitgebracht. Terpstra kreeg er in 1995 de Taalunie Toneelschrijfprijs voor. Auteur Koos Terpstra Spelers Caroline Almekinders, Noor Denteneer, Arend de Geus, Manoushka Kraal, Chris Tates, Maureen Tauwnaar, Regie Arjo Viet Dramaturgie Marjan van Giel Techniek Wendel Camps en Robert Koletzki Fotografie Bas Mariën Kleding Annelies de Ridder Decor- en lichtontwerp Michel Speckreyse Grafische vormgeving Miesjel van Gerwen Decorbouw Van Barneveld Decorbouw Achterdocht in een gekkenhuisUit de Gelderlander van donderdag 13 april 2000
NIJMEGEN - Theatergroep Teneeter speelt onder regie van Wannie de Wijn het treurspel De Vader uit 1887 als een tragikomedie. De artistiek leider van Teneeter Rinus Knobel denkt dat auteur August Strindberg zijn stuk ook zo bedoeld heeft.
'Een autoriteit die gaat wankelen, dat is interessant. Stel je voor dat langzaam de poten onder de stoel van een persoon als Clinton vandaan worden gezaagd. Dan is iedereen benieuwd hoe dat verder gaat', zo illustreert Rinus Knobel de situatie in De Vader. Het hoofdpersonage, gespeeld door Chris Tates, is een boegbeeld van de macht. 'Het gaat om een man die een hoge functie in het leger heeft en thuis zijn machtspositie dreigt te verliezen. Hij wordt omgeven door personen die geen actie ondernemen om hem in zijn dominante positie te houden. Tot in het extreme wordt achterdocht doorgevoerd. Elke partij verliest uiteindelijk, omdat het gevecht een eigen leven gaat leiden. Het komt los van de bodem waar het op gebouwd is', aldus Knobel. 'De situatie is op microniveau eigenlijk een symbool voor een instortende wereld', vindt hij. Dit tijdloze thema is bij vlagen in grappige teksten gestoken. Vandaar dat de artistiek leider meent dat ook de auteur zelf zijn stuk niet alleen tragisch heeft bedoeld. Verlanglijstje Sinds het midden van de jaren negentig maakt het Nijmeegse theater jaarlijks zowel een kindervoorstelling als een voorstelling voor jongvolwassenen. De Vader stond voor deze laatste doelgroep al lang op Knobels verlanglijstje. 'Het hoort bij de klassiekers. Net als een echt klassiek stuk zoals Medea, is ook dit stuk een langer bestaan beschoren.' De machtsstrijd in De Vader uit zich in een conflict tussen een vader en moeder (Caroline Almekinders) over de toekomst van hun dochter (Heike Wisse). Vader wil dat zijn dochter een zelfstandig leven in de stad opbouwt. Moeder wil dat de dochter bij haar op het platteland blijft. Vader komt daarop cynisch met het compromis op de proppen dat dochterlief dan maar op het station moet gaan wonen. 'De moeder wil niet dat dit conflict uit de hand loopt, maar de vader zit in een web. Hij wordt hoe langer hoe achterdochtiger tegenover zijn omgeving', zegt de artistiek leider. De Vader laat zien dat de grens heel dun is tussen onberekenbaar zijn en ontoerekeningsvatbaar zijn. Zo'n situatie legt de krachten en tegenkrachten bloot. 'Juist omdat je dit pathologische gedrag ziet bij een normaal mens binnen de muren van een huis', benadrukt Knobel. In realistische dialogen worden deze grote processen zichtbaar gemaakt. Over het algemeen is de tekst van Strindberg aangehouden. De Arnhemse regisseur Wannie de Wijn heeft alleen het potlood gezet in lange uiteenzettingen die truttig overkomen. 'In 1887 was het reciterend toneel,' verklaart Knobel. Munitie Aan de rolbezetting kun je dat nog zien. Als verlengstukken van de meubels komen er in het stuk een dominee, een dokter, een huisknecht en een min voor. Al die personages hebben in hun leven teleurstellingen gehad. Dat zet zich om in munitie. Knobel legt uit: 'Wanneer er eenmaal een vonk in zit, kan de munitie niet meer gestopt worden. Er ontstaat een kettingreactie.' Als een speelbal loopt de dochter tussen de volwassen wereld van knetterende munitie door. 'Ze is het blanke pitje, dat alles overkomt, de onschuld zelve. Zij is de enige die werkelijk radeloos is als ze haar vader verliest, terwijl haar omgeving tot niet meer in staat is dan amen zeggen', aldus Knobel. Hij vergelijkt het stuk met een thriller. Zo is de speelstijl ook. 'Het wordt eerder snel en wendbaar gespeeld, dan logisch en vloeiend. De spelers zijn het publiek net een stapje voor.' Daarnaast is het gedrag van de vader absoluut onberekenbaar. 'Je moet op het puntje van je stoel zitten, wil je alle verrassingen kunnen volgen', verwacht de artistiek leider. Niet iedereen zal deze tragikomedie hetzelfde beleven. 'Ieder pakt wat op zijn niveau ligt. Sommigen zullen een spannende vijf kwartier beleven, terwijl anderen zich verbazen over de blik op mannen en vrouwen in het stuk', kijkt Knobel vooruit. Hij doelt daarmee op de archetypische verhouding tussen het mannelijke en het vrouwelijke geslacht in de karakters. Contrast Het decor past in de stijl van de tijd waarin Strindberg het heeft geschreven. In negentiende-eeuwse kostuums bewegen de personages door een sjiek ogende huiskamer van een vooraanstaande familie op het Scandinavische platteland. Kristallen lampen staan in contrast met de boeken van vader die verstrooid rond zijn bureau liggen. In dat domein wordt hij langzaam gek. 'Dat vind ik niet raar, hoor', zegt Knobel. Er is namelijk voortdurend overal beweging in het huis. In de wanden van het decor zijn verschillende uitgangen en doorkijkjes. En ook al hebben de personages soms geen tekst, ze lopen wel over het podium. Knobel grinnikt over de tegenstelling tussen binnen- en buitenkant: 'In vormelijke kleding gedragen de personages zich als beesten.' Terug naar boven Persbericht 11 februari 2000 Teneeter speelt 'De Vader' De Zweedse auteur August Strindberg geeft in de tragikomedie De Vader een indringend en deels autobiografisch beeld van een onttakelend huwelijk. Voor publiek vanaf 14 jaar.August Strindberg (1849-1912) heeft een enorm oeuvre op zijn naam staan. Zijn toneelstukken, korte verhalen, gedichten en romans kenmerken zich door een grote aandacht voor psychologie, naturalisme en -in zijn latere werken- occultisme. Zijn leven wordt gekenmerkt door een ongelukkige jeugd, mislukte liefdes, zware psychologische depressies en drankzucht. In veel van zijn stukken zijn deze thema's ook terug te vinden. De werken van Strindberg waren destijds zo vernieuwend, dat ze voor veel toneelschrijvers die na hem kwamen een grote bron van inspiratie zijn geweest. In 'De Vader', een stuk dat Strindberg schreef in 1887, zien we een aantal van deze elementen ook terug. De Vader is een tragikomedie; tragisch omdat het gaat over een gezin dat uit elkaar valt, komisch omdat Strindberg dit proces met de nodige zelfspot en ironie weet te beschrijven. Het stuk gaat over een autoritaire man, die ziet dat zijn gezag binnen het gezin langzaam ondermijnd wordt. Het aftakelingsproces van 'De Vader', de heer des huizes, komt in een stroomversnelling wanneer hij een conflict krijgt met zijn echtgenote. Centraal in het conflict staat de toekomst van zijn enige dochter. Man en vrouw hebben gedurende hun huwelijk voldoende munitie verzameld om een strijd op leven en dood aan te gaan. Ze staan als twee legers tegenover elkaar, terwijl ze in hun hart de strijd het liefst zouden beëindigen. Maar woorden, opborrelend uit het onbewuste, gaan een eigen leven leiden en sturen het drama naar een catastrofaal einde. Auteur: August Strindberg (Oorspronkelijke titel Fadren, 1887) Vertaling: Karst Woudstra Regie: Wannie de Wijn Spelers: Caroline Almekinders, Bram Coopmans, Martin de Smet, Chris Tates, Maureen Tauwnaar en Heike Wisse. NB: Meer informatie over het leven van August Strindberg. Teneeter + Schola Cantorum Karolus MagnusDante's Inferno in de kerkOp Witte Donderdag en Goede Vrijdag (20 en 21 april 2000) is in de Dominicuskerk in Nijmegen heel even De Hel op aarde. Onlangs is een nieuwe Nederlandse bewerking verschenen van het gedicht 'Inferno' (De Hel) van Dante Alighieri. Deze tekst is de basis voor een oratorium dat wordt uitgevoerd door acteurs van Teneeter en het Gregoriaans koor Schola Cantorum Karolus Magnus. De reis die Dante beschrijft speelt zich af in het heilig jaar 1300, in de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag. De twee uitvoeringen van 'Dante's Inferno' vinden dan ook precies 700 jaar na zijn reis plaats. La Divina Commedia 'La Divina Commedia' van de Italiaanse dichter Dante Alighieri is een van de beroemdste gedichten uit de wereldliteratuur. Dante beschrijft zijn ontzagwekkende reis door de diepten van de Hel, de beklimming van de Louteringsberg en --tot slot- het Paradijs. Dante Alighieri leefde in Florence en was politicus en dichter. Hij schreef 'La Divina' toen hij 35 jaar was en op het toppunt van zijn politieke macht verkeerde. In zijn gedicht zoekt hij boete, bezinning en bevrijding. Bewerking van 'De Hel' Van de driedelige Commedia bestaan al vele bewerkingen en vertalingen. Onlangs heeft Jacques Janssen -verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen- het eerste deel 'De Hel' in modern Nederlands vertaald. De vertaling is in een rijk geïllustreerd boek verschenen getiteld 'Dante Alighieri, Mijn Komedie: Hel' (SUN-Uitgeverij Nijmegen). Deze vertaling is de basis voor het oratorium dat in de Dominicuskerk wordt uitgevoerd. Drie acteurs van Teneeter vertolken de personages van Dante, zijn gids Vergilius en de talloze veermannen, duivels, monsters en zondaren. Bernard van Beurden, die eerder voor Teneeter de opera Repelsteel componeerde, zal de hellesfeer van angst en verschrikking, van gekrijs, gezucht en tandengeknars oproepen met een compositie voor strijkers en slagwerk. Het Gregoriaanse koor Schola Cantorum 'Karolus Magnus' vertegenwoordigt met zijn gezangen het perspectief op verlossing. Beeldmatig wordt de reis begeleid door levensgrote dia's van werken van kunstenaars die zich door de eeuwen heen door Dante hebben laten inspireren, zoals Botticelli, Blake, Dali, Da Vinci, Doré, Guttuso, Koch en Sassu. Reserveren 'Dante's Inferno' is te zien in de Dominicuskerk aan de Molkenboerstraat 7 in Nijmegen om 21.00 uur (einde om ± 24.00 uur, inclusief pauze). Entree ? 40,00 (tot 18 jaar, houders Nijmegenpas, CJP, Studenten en houders Pas65 ? 15,00). Kaarten reserveren kan via de kassa van Theater Het Badhuis -het huistheater van Teneeter- aan de Daalseweg 262 in Nijmegen. Reserveren via tel. 024-3600588 of via per email. Kaarten afhalen kan op vrijdag tussen 14.00 tot 17.00 uur aan de kassa . Met Dante op reis door de helUit de Gelderlander van dinsdag 18 april 2000 Is Roodhapje wel blij met een dode wolf?Uit De Gelderlander - vrijdag 3 december 1999
Roodkapje is een sprookje vol dubbele bodems en verhaallagen. Dat geldt nog sterker voor de muziektheatervoorstelling Roodhapje, waarmee het Nijmeegse toneelgezelschap Teneeter vanaf dinsdag door het land toert. Een voorstelling voor iedereen vanaf 6 jaar.
Persbericht 5 november 1999 Roodhapje
Teneeter heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om het spelen van klassieke sprookjes en Griekse tragedies in een eigentijdse bewerking voor een jong publiek. Eerder speelde Teneeter de bewerkingen Repelsteel, Odysseus en Assepoes. Nu brengt Teneeter een bewerking van het sprookje Roodkapje, in een theaterbewerking van de schrijfster Imme Dros.
Teneeter brengt weer een bekend sprookje in een combinatie van toneel, muziek en zang. Het aloude sprookje Roodkapje is door Imme Dros bewerkt tot een muziektheatervoorstelling voor publiek vanaf 6 jaar. Wie kent 'Roodkapje' niet? Het sprookje over het kleine onschuldige meisje dat door onoplettendheid en eigenwijs-heid in de klauwen van de sluwe wolf belandt. Schrijfster Imme Dros heeft dit klassieke verhaal flink onder handen genomen en het resultaat is een verrassend nieuwe versie. Aanvankelijk lijkt het verhaal van Roodhapje erg op het originele sprookje, waarin we alle vertrouwde personages tegenkomen. Roodkapje, de moeder, grootmoeder, de jager en de wolf zijn de hoofdpersonen in het verhaal. Maar alles blijkt net even anders te zijn dan in het oorspronkelijke sprookje. Zo is de aandacht van de groene jager nou niet bepaald gericht op de wilde dieren, is Roodkapje echt niet zo naïef als in het sprookje van de gebroeders Grimm, is de platinablonde grootmoeder zeer bij de tijd en blijkt de grijze wolf een romantische dromer te zijn. Maar onder zijn poëtische charmes gaat het instinct van een wolf schuil. Want wanneer de wolf Roodkapje ontmoet in het bos, noemt hij haar likkebaardend Roodhapje... Toneel, muziek en zang Het verhaal van Roodhapje wordt verteld in een combinatie van toneel, muziek en zang. De vijf spelers (Bram Coopmans, Trudi Klever, Maureen Tauwnaar, Bart de Wildeman en Heike Wisse) nemen naast hun gesproken teksten ook een aantal liedjes voor hun rekening. En daarbij worden ze live begeleid door drie muzikanten (Bart van Dongen, Miguel Boelens en Tjitze Vogel). De muziek voor deze voorstelling is door Bart van Dongen gecomponeerd. De vormgeving is in handen van Jan van Hoof. Regisseuse Anny van Hoof maakt een voorstelling, samen met regie-assistente Reina Bartelink en dramaturg Rinus Knobel, waar jong en oud van kan genieten. Imme Dros Imme Dros (Texel, 1936) heeft een omvangrijk oeuvre boeken op haar naam staan. Voor haar werk ontving ze vele prijzen, waaronder de Libris Woutertje Pieterse Prijs en elf Griffels. Imme Dros is inmiddels een bekend vertaalster, librettiste en schrijfster. Beroemd zijn haar vertalingen en bewerkingen voor volwassenen én voor kinderen van klassieke verhalen. Teneeter heeft al vaker bewerkingen van Imme Dros op het repertoire genomen, namelijk 'Repelsteel' (1994) en 'Odysseus' (1995). Haar libretto's vallen op door het poëtisch taalgebruik en een zeer grote dramatische zeggingskracht. Dit maakt de teksten uitermate geschikt om op muziek te zetten. Dit deed Teneeter al eerder met Repelsteel, en ook nu weer in Roodhapje. Roodkapje Zoals bij zoveel sprookjes het geval is, bestaan er van Roodkapje vele versies. Nadat het verhaal eeuwenlang van generatie op generatie mondeling werd overgeleverd, is het verhaal samen met vele andere sprookjes rond 1700 opgeschreven door de fransman Charles Perrault en later (rond 1800) ook door de taalkundigen Jacob en Wilhelm Grimm. Beide versies komen in grote lijnen overeen, alleen eindigt het verhaal van de Gebroeders Grimm met een 'happy-end'. In de versie van Perrault worden Roodkapje en Grootmoeder namelijk niet door de jager uit de buik van de wolf gered. Wat in beide verhalen overeenkomt is de moraal: Kinderen of knappe meisjes moeten niet met onbekenden praten. Het kan slecht met je aflopen als je valt voor de charmes van een gladde prater. Je kunt als meisje je waardigheid verliezen wanneer je de goede raad van moeder in de wind slaat. Imme Dros raakte tijdens het schrijven van deze bewerking gefascineerd door de drie fases in het leven van een vrouw. Het kind Roodkapje dat alles nog kan, de moeder die er naar verlàngt dat ze alles nog kan en de grootmoeder die betreurt dat voor haar niks meer mogelijk is. Deze drie vrouwen zijn elkaars spiegel. Ze kunnen zichzelf terugzoeken in de ander, ze kunnen denken: 'zo wil ik nooit of juist wel worden'. Première De première van de voorstelling is op vrijdag 17, zaterdag 18 en zondag 19 december in Theater Het Badhuis in Nijmegen. Daarna is de voorstelling tot 13 februari op tournee in Nederland en België, en ook nog een aantal keren in Het Badhuis in Nijmegen te zien. Terug naar boven
Persbericht juni 1999Op 3 september 1999 gaat in het Badhuis Pinter Pinter! in première. Twee eenakters van Harold Pinter: De Minnaar en de Dienstlift.
De Minnaar: De echtlieden Richard en Sarah leiden een keurig - maar kleurloos - bestaan. Maar dan blijkt er een minnaar in het spel te zijn. En misschien wel meer dan dat ... Eenakters Pinter voor jongerenUit de Gelderlander van 2 september 1999 Persbericht (8 maart 1999)
Teneeter gaat 1 april 1999 in première met Heuvels van Toen (Blue Remembered Hills) van Dennis Potter.
De Heuvels Van Toen vertelt het ogenschijnlijk simpele verhaal van zeven zevenjarige kinderen op een zomermiddag, ergens in Engeland. Het is 1943 en op het vasteland van Europa is het oorlog. Persbericht (28 oktober 1998) Medea een nieuwe voorstelling van Teneeter voor iedereen vanaf 14 jaar Première 20 november 1998, 20.00 uur in Het Badhuis Na 'Antigone' (1996) brengt Teneeter met Medea weer een Griekse tragedie. Teneeter speelt Medea naar de tekst van Euripides in de vertaling van Gerard Koolschijn. "Ik wens geen welvaart die pijn doet, geen rijkdom als mijn hart wordt gekweld" Medea is een hartochtelijke vrouw. Gepassioneerde liefde verbindt Medea en haar man Jason met elkaar. De tragedie begint wanneer de ambitieuze Jason een nieuwe liefdesband aangaat met de dochter van koning Kreon. Medea is woedend en diep gekrenkt. Zij neemt wraak op Jason vanwege zijn ontrouw. Uiteindelijk vernietigt zij zowel Jasons geluk als dat van haarzelf door het dierbaarste dat zij samen bezitten te doden: hun kinderen.
De tragedie van Medea is 2400 jaar geleden geschreven. Het is ook nu een menselijk en herkenbaar drama. Passie en ambitie maken bovenmenselijke krachten vrij en als het fout gaat kan dat leiden tot gruwelijk geweld.
Voorbeschouwing uit de Gelderlander van 1 april 1999 'Soms verdrietig-of juist heel grapig'Door Merlijn Sutmuller Antigone van Teneeter bekroondKU nieuws vrijdag 06 juni 1997 jaargang 26, nr. 34Bea Ros
De voorstelling Antigone van de Nijmeegse theatergroep Teneeter is afgelopen zondag bekroond met de Hans Snoekprijs voor jeugdtheater. Deze prijs maakt deel uit van de jaarlijkse toneelprijzen van de Vereniging van Schouwburg en Concertgebouw Directeuren. "Met deze voorstelling wilden we met onze vaste kern weer even de diepte in", vertelt regisseur en artistiek leider Rinus Knobel. "Het is dan prettig dat je juist daarvoor een prijs krijgt." Overigens vindt Knobel dat de jury voor de Theo d'Or en Louis d'Or (prijzen voor de beste hoofdrolspelers) ook eens bij jeugdtheater moet gaan kijken. "Ik geloof niet zo in die radicale scheiding van 'dit is voor grote mensen' en 'dit is voor kinderen'. Teneeter maakt theater voor alle leeftijden." De discussie afgelopen week in de Volkskrant over volwassenen die in het jeugdtheater plaatsen van kinderen bezet houden, vindt hij "overdreven". "Het feit dat volwassenen belangstelling tonen voor jeugdtheater en jeugdliteratuur vind ik juist ontzettend belangrijk. Het betekent dat beide werelden naar elkaar toegroeien." Terug naar boven Terug naar het Jaarboek menu
| ||||||||
|
|